Van Bommel FAUNAWERK
Ecologisch advies, veldwerk, detachering

Onderwerpen

Faunaschade en faunabeheer

Sommige in het wild levende dieren zijn zo succesvol, dat het belang van hun aanwezigheid in conflict komt met andere belangen. De uitkomst van de belangenafweging kan zijn dat beheer van de dieren noodzakelijk is.

Onder de nieuwe Wet Natuurbescherming blijft de grondgebruiker verantwoordelijk voor het voorkomen en beperken van door beschermde inheemse diersoorten aangerichte schade, uitgezonderd schade veroorzaakt door de vijf bejaagbare soorten (haas, konijn, fazant, wilde eend en houtduif), waarvoor de jachthouder medeverantwoordelijk is.

Om diersoorten te beheren, maken faunabeheereenheden, agrariërs en andere grondeigenaren, terreinbeheerders en jagers vooraf een faunabeheerplan. Daarin staat welke diersoorten beheerd mogen dan wel beheerd moeten worden en hoe dat uitgevoerd zal worden.

Uitgangspunten van de wet zijn voorkoming van schade en wering van schadeveroorzakende soorten. Van Bommel Faunawerk heeft mee gewerkt aan de totstandkoming van de Faunaschade Preventiekits voor het Faunafonds. Deze Faunaschade preventiekits hebben ten doel grondgebruikers voor te lichten over de mogelijkheden om schade door beschermde diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen of tenminste zoveel mogelijk te beperken. Weren mag altijd, onder de nieuwe wet mag vogels verontrusten ook, maar voor verder gaande maatregelen is een vrijstelling of ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming vereist.

Wanneer de schade niet kan worden voorkomen of wanneer schade veroorzaakt wordt door diersoorten waarvoor geen ontheffing of vrijstelling geldt, kan een gedupeerde grondgebruiker een verzoek om schadevergoeding indienen bij het Faunafonds. Alleen faunaschade aan teelten en gewassen in de landbouw komt in aanmerking voor een tegemoetkoming in de schade.

De meeste schadetegemoetkomingen zijn de afgelopen jaren veroorzaakt door overwinterende ganzen, maar ook schade van de jaarrond aanwezige grauwe gans neemt steeds verder toe.

De meeste bevoegdheden in het kader van beheer en schadebestrijding zijn toegekend aan de provincies. Behalve de minister kunnen provincies algemene vrijstellingen van de verbodsbepalingen verlenen voor bepaalde soorten (art. 3.15 en 3.16). Daarnaast kunnen Gedeputeerde Staten individuele ontheffingen verlenen ten behoeve van beheer en schadebestrijding (art. 3.17) en kunnen Gedeputeerde Staten opdracht geven tot het beperken van de stand van een aantal diersoorten (art. 3.18). Een ontheffing wordt beschouwd als de meest nauwkeurige wijze van schadebestrijding, omdat deze het beste aansluit bij de lokale situatie, gebaseerd is op een goedgekeurd faunabeheerplan.

Een vrijstelling of ontheffing kan worden verleend wanneer:

Faunabeheereenheden geven invulling aan beheer en schadebestrijding conform het provinciaal opgestelde beleid en stellen hiertoe faunabeheerplannen op. In de faunabeheerplannen wordt de planmatige en effectieve uitvoering van het beheer en schadebestrijding onderbouwt. Een faunabeheereenheid is een door gedeputeerde staten erkend samenwerkingsverband van grondgebruikers en grondeigenaren die op basis van eigendom, pacht of huur beschikking hebben over de jachtrechten. Voordat met de uitvoering van het faunabeheerplan kan worden begonnen dient het plan eerst door Gedeputeerde Staten goedgekeurd zijn en moeten er ontheffingen zijn verleend op basis van het plan.

Van Bommel FAUNAWERK kan uw organisatie tijdelijk ondersteunen op het gebied van faunabeleid, alsmede advisering omtrent beheer en schadebestrijding.

Zo kunnen wij bijvoorbeeld adviseren over de effectiviteit van faunabeheer en de monitoring van schadeontwikkeling, maar ook faunabeheerplannen opstellen en het bepalen van een gunstige staat van instandhouding van soorten.